Over diabetes

Bloedsuiker en insuline

Wat is bloedsuiker?

De hoeveelheid glucose die is opgelost in het bloed, wordt de bloedsuiker(spiegel) genoemd. Bij mensen die geen diabetes hebben, ligt de nuchtere bloedsuiker tussen 3.3 en 7.0 mmol/l. Bij iemand met diabetes is het toedienen van insuline nodig, om ervoor te zorgen dat de bloedsuikerspiegel tussen deze waarden blijft. Omdat veel factoren van invloed zijn op de glucoseregulatie, kan dit erg lastig zijn en kunnen de bloedsuikerwaarden fors variëren. Soms wel van 1 tot meer dan 25 mmol/l. Voor een zo goed mogelijke behandeling van diabetes is zelfcontrole van de bloedsuikerwaarde heel belangrijk. Door regelmatig de bloedglucosewaarde te meten kan u of uw kind zelf zorgen voor een zo goed mogelijke regulatie. Het bijhouden van een bloedsuikerdagboekje helpt bij het verkrijgen van inzicht in de verschillende factoren die van invloed zijn op de glucoseregulatie.

Insuline spuiten

Insuline is een eiwit en kan daarom niet als tablet ingenomen worden. In de maag en darm worden eiwitten verteerd. Voordat de insuline het bloed en de lichaamscellen kan bereiken, zou het al verteerd zijn en dus niet werkzaam. Als uw kind diabetes heeft, leert u of uw kind daarom meteen zelf insuline te spuiten. Hiervoor krijgt u van de diabetesverpleegkundige twee insulinepennen. Eén pen is voor de snelwerkende insuline. Deze insuline spuit uw kind meestal in de buik, voordat hij of zij gaat eten (bij het ontbijt, het middag- en het avondeten). De andere pen bevat lang werkende insuline die ervoor zorgt, dat er in het lichaam van uw kind de hele dag en nacht een beetje insuline actief aanwezig is. Deze insuline spuit uw kind één keer per dag, meestal in het been of de bil, en altijd op ongeveer dezelfde tijd van de dag.

Pomp

Als uw kind diabetes type 1 heeft en insuline nodig heeft, kan dat met de insulinepen, maar ook met de pomp toegediend worden. Kinderen onder de vijf jaar starten, indien mogelijk, direct met een insulinepompje. Oudere kinderen kunnen hiervoor kiezen, of krijgen dit advies van de kinderarts.